Frits Philips

-

‘Meneer Frits’ Philips is onlosmakelijk verbonden aan Muziekgebouw Eindhoven

Er zijn maar weinig mensen die zo veel voor Eindhoven betekend hebben als deze man: Frits Philips. Hij stierf in 2005 op honderdjarige leeftijd, maar leeft nog altijd voort in het hart van de stad. Muziekgebouw Eindhoven kent een lange historie met de markante ‘Meneer Frits’, zoals de Philips-telg ook wel bekend stond; zijn naam prijkte zelfs jarenlang op de gevel. Dat is inmiddels niet meer het geval, maar dat betekent niet dat hij niet meer terug te vinden is in ons concertgebouw!

In de jaren zestig groeide Philips onder leiding van Frits Philips uit tot een van de grootste technologie- en elektronicabedrijven ter wereld. Het bedrijf breidde internationaal sterk uit en verwierf een reputatie als innovatieve en vooruitstrevende onderneming. Toch was Frits Philips meer dan een Philips-telg die aan het roer van het concern stond. Tegelijk bleef hij namelijk nauw verbonden met ‘zijn’ Eindhoven. Hij geloofde dat een sterk bedrijf en een sterke stad elkaar moesten versterken en zette zich actief in voor maatschappelijke en culturele ontwikkeling. De stad was voor hem meer dan een vestigingsplaats: het was een gemeenschap die moest blijven bruisen en inspireren. Die betrokkenheid leverde hem in Eindhoven de bijnaam ‘Meneer Frits’ op.

Muziekcentrum Frits Philips

Toen op 22 juni 1990 de bouw van het Muziekcentrum – zoals Muziekgebouw Eindhoven tot 2010 heette – van start ging, liet Frits Philips de concertvleugel neer in de bouwput als officieus startsein. Dit deed hij samen met Hein Jordans, de oud-dirigent van Het Brabants Orkest (tegenwoordig Philzuid, nog altijd het huisorkest van Muziekgebouw Eindhoven). Op 6 september 1991 werd het Muziekcentrum symbolisch overgedragen aan de toenmalige Philips-president Jan Timmer. Burgemeester Van Kemenade maakte bij die gelegenheid bekend dat het nieuwe concertgebouw de naam “Muziekcentrum Frits Philips” zou krijgen.  
 
Van Kemenade: ‘Wij menen onze waardering voor de betekenis van Philips voor Eindhoven in de afgelopen honderd jaar niet beter te kunnen uitdrukken dan door de naam van Philips te verbinden aan de voorziening die symbolisch is voor de ontwikkeling van de stad in de komende decennia. In de naam willen we het bedrijf eren, en in het bijzonder ook de man die zoveel jaren de personificatie is geweest van de verbondenheid tussen de stad en het bedrijf. In veel opzichten is Frits Philips dat nog steeds. Hij is niet alleen een groot industrieel, maar ook een echt mens en een echte Eindhovenaar.’

Reactie Frits Philips op naamgeving

Meneer Frits reageerde zelf ook op het feit dat zijn naam op de gevel van het Eindhovense Muziekcentrum zou gaan prijken: ‘Van oudsher werd er al in Brabant meer muziek gemaakt dan in andere provincies; in de dorpen waren vaak enthousiast zingende kerkkoren. In het begin van deze eeuw kwamen intellectuelen uit allerlei streken van Nederland bij Philips werken en velen daarvan hadden een grote behoefte muziek te maken en naar muziek te luisteren, want ik heb ervaren dat bèta-mensen dikwijls erg muzikaal zijn. Er ontstonden allerlei muziekverenigingen, zoals het Philips Orkest en het Philips Philharmonisch Koor, dat zo prachtig gezongen heeft bij onze bruiloft in 1929.’ 
 
Ook in huize Philips werden geregeld concerten georganiseerd, vertelt Frits Philips: ‘Ik herinner mij dat nog vóór de Eerste Wereldoorlog mijn vader en moeder en andere Eindhovense families in de winter kamermuziekavonden organiseerden. De enige gelegenheid die daarvoor in aanmerking kwam, was de Chicago-bioscoop. De mooiste stoelen in die zaal stonden op het balkon. Die werden dan voor onze concerten naar de zes voorste rijen van de zaal verplaatst. Beroemdheden als de Poolse violist Bronislaw Huberman logeerden bij zulke gelegenheden in ons huis De Laak aan de Parklaan. De reden daarvan was dat Eindhoven toen eigenlijk geen representatieve hotels had. Na afloop van de concerten werd bij ons thuis het souper gebruikt, want de musici wensten vóór het concert niets te gebruiken.’ 
 
Maar niet alleen gevestigde artiesten maakten daar muziek. ‘In ons huis werd heel vaak muziek gemaakt door mijn moeder, die niet onverdienstelijk piano speelde. Iedere woensdagmiddag, bijvoorbeeld, weerklonken sonates van Beethoven, terwijl ik mijn huiswerk maakte. Zij musiceerde dan samen met bekende musici als Spaanderman en VaBeinum.’ 
 
Toen Eindhoven in de jaren twintig groeide, was er behoefte aan een geschikte ruimte voor toneel- en muziekuitvoeringen. Frits schreef daarover: ‘Het Philips Ontspannings Centrum was daar helemaal niet voor bedoeld. Het diende oorspronkelijk als schaftlokaal, want de werknemers die vaak ver uit België werden gehaald, moesten een pauze van anderhalf uur kunnen doorbrengen. De locatie tussen de fabriekscomplexen Strijp en Emmasingel was daar uitstekend voor. Pas in 1934 is de POC-zaal omgebouwd tot een theaterzaal met een balkon. Maar de akoestiek heeft altijd te wensen overgelaten, al is die aanzienlijk verbeterd door het aanbrengen van een elektronische nagalminstallatie. Maar het is veel beter als de akoestiek van nature goed is.’ 
 
Toen wij vorig jaar juni een concertvleugel hebben laten zakken in de bouwput van het Muziekcentrum, heb ik gezegd dat het van het grootste belang is dat musici en dirigenten samen zorgen voor goede muziek. De combinatie van goede muziekmakers, een akoestisch hoogwaardige zaal en de bekwaamheid die wij hier in Eindhoven hebben ontwikkeld om muziek op een bijna volmaakte manier te registreren op Compact Disc, maakt het mogelijk de Eindhovense muziekproducten over de hele wereld te verspreiden. Het is goed dat het nieuwe Muziekcentrum een bekende naam draagt, die ook buitenlanders goed in de oren klinkt. Als artiesten straks zeggen dat ze hebben gespeeld in het Muziekcentrum Frits Philips, dan zegt die naam de mensen iets en dat is leuk voor die artiesten.’ 
 
Hij ziet het dan ook als een extra stimulans voor Het Brabants Orkest, dat hij altijd een warm hart toedroeg. ‘Ik heb heel vaak dirigent Hein Jordans in de pauze van een concert in zijn kleedkamer begroet en hem verteld hoe wij van zijn muziek genoten. Maar ik ben wel van mening dat Het Brabants Orkest moet blijven werken aan de goede klank van de naam van het Muziekcentrum door uitstekend te spelen. Van mij hangt dat gelukkig niet meer af, want op een leeftijd als de mijne kun je niet zo erg veel meer verkeerd doen.’

Meneer Frits leeft voort

Inmiddels heet de Eindhovense concertzaal al een hele tijd “Muziekgebouw Eindhoven”; de Frits Philips is daarbij na een lange overgangsperiode uit de merknaam verdwenen. Ook restaurant Meneer Frits is in 2023 gesloten om plaats te maken voor het podium M. Dat wil echter niet zeggen dat het Eindhovense icoon niet zichtbaar meer is in het gebouw. Sterker nog: dagelijks komen honderden bezoekers in contact met de diverse eerbetonen in ons gebouw. Zo is er tegenwoordig de Frits Philips Foyer, vanuit waar de intieme Kleine Zaal bereikt wordt. Een bronzen borstbeeld van Frits kijkt daar uit over de bezoekers. Maar ook in de grote Hertog Jan Zaal is er aandacht voor de man die onlosmakelijk aan het gebouw verbonden is. De zaal heeft één opvallende gele stoel, een eerbetoon aan Frits Philips. Heb jij al eens op de gele stoel gezeten? 

Foto: Koninklijke Philips N.V. / Philips Company Archives